Bij toeslagen spreken we niet van een inkomen, maar van een 'toetsingsinkomen'. Hoeveel toeslag u krijgt, hangt onder andere af van dit toetsingsinkomen. Dus als u een toeslag aanvraagt, moet u uw toetsingsinkomen weten.
Hebt u een partner? Dan telt het toetsingsinkomen van uw partner ook mee voor de toeslag. Voor de huurtoeslag telt ook het toetsingsinkomen van eventuele medebewoners mee.
Per toeslag gelden verschillende inkomensgrenzen. Deze bedragen vindt u bij de voorwaarden van die toeslagen. Alleen voor de kinderopvangtoeslag geldt geen inkomensgrens.
Uw gezamenlijk toetsingsinkomen is alles wat u, uw eventuele toeslagpartner en medebewoners samen in 1 jaar aan inkomsten hebben, zoals een salaris, uitkering of pensioen. U kunt uw toetsingsinkomen berekenen met de:
De rekenhulp werkt als volgt:
Voor deze rekenhulp hebt u 1 van de volgende documenten nodig:
Hebt u een toeslagpartner? Pak dan ook 1 van deze documenten van uw toeslagpartner erbij. Wie uw toeslagpartner is, kunt u bepalen met het hulpmiddel Wie is mijn toeslagpartner?
Hebt u een medebewoner voor de huurtoeslag? Dan hebt u ook 1 van deze documenten van uw medebewoner nodig.
Bijdrage van de overheid voor de huur van uw woning
Bijdrage van de overheid voor de kosten van uw zorgverzekering
Bijdrage van de overheid voor de kosten voor uw kinderen
Bijdrage van de overheid voor de kosten van kinderopvang
